Wet meer zekerheid flexwerkers
De Wet meer zekerheid flexwerkers is definitief en gaat gefaseerd in: uitzendkrachten krijgen op 31 december 2026 recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden en op 1 januari 2028 verdwijnt het nulurencontract terwijl de ketenregeling strenger wordt. Werkgevers in Friesland, Groningen en Drenthe die werken met oproepkrachten of opeenvolgende tijdelijke contracten hebben dus nog tot 2028 om contracten en roosters aan te passen. Wie nu begint voorkomt tijdsdruk en onbedoelde vaste contracten.
Van Tweede Kamer tot Staatsblad
De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 mei 2026 aan en de Eerste Kamer stemde op 7 juli 2026 in. Daarmee is de parlementaire behandeling afgerond. De wet is gepubliceerd in Staatsblad 2026, 205 en de ingangsdata staan in het inwerkingtredingsbesluit in Staatsblad 2026, 206.
Drie ingangsdata
De wet treedt volgens dat besluit op 1 januari 2028 in werking met twee uitzonderingen. Op 31 december 2026 gaat de wijziging van artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in, waarmee uitzendkrachten wettelijk recht krijgen op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers. Op 1 januari 2027 volgen enkele andere onderdelen van diezelfde wet. Heb je geen uitzendkrachten in huis dan is 1 januari 2028 de datum die voor jou telt.
Het bandbreedtecontract vervangt het nulurencontract
Nulurencontracten verdwijnen grotendeels. In plaats daarvan spreken werkgever en werknemer een minimumaantal uren boven nul af met een maximum per tijdseenheid van ten hoogste een kwartaal. Dat maximum mag volgens de wettekst niet hoger zijn dan 130 procent van het minimum. Bij een minimum van 10 uur kun je een medewerker dus hooguit 13 uur inroosteren. Wordt iemand boven dat maximum opgeroepen dan mag de werknemer dat weigeren. Zet je iemand structureel vaker in dan afgesproken, dan moet je een contract met meer uren aanbieden.
Er is een uitzondering voor werknemers die gemiddeld maximaal 16 uur per week werken en jonger zijn dan 18 jaar, scholier, student of de AOW-leeftijd hebben bereikt. Zij kunnen onder voorwaarden op oproepbasis blijven werken, wat vooral voor bijbanen in de regio van belang blijft.
Strengere ketenregeling voor tijdelijke contracten
Ook de ketenregeling verandert. De tussenpoos waarna tijdelijke contracten niet meer worden opgeteld gaat volgens het Staatsblad van zes naar 36 maanden. Na drie tijdelijke contracten mag je dezelfde werknemer dus pas na drie jaar opnieuw een tijdelijk contract aanbieden. Voor scholieren en studenten die gemiddeld maximaal 16 uur per week werken blijft de tussenpoos zes maanden. Werkgevers die vaste behoefte invullen met een reeks tijdelijke contracten doen er goed aan om per functie te bekijken of een vast contract de logischere keuze wordt.
Wat dit betekent voor je personeelsplanning
De meeste winst zit in een controle van je eigen personeelsbestand. Welke oproepkrachten werken nu structureel meer uren dan hun contract aangeeft en welke tijdelijke contracten staan op het punt om voor de derde keer te worden verlengd? Bepaal per functie welk minimum aan uren realistisch is zodat een bandbreedtecontract straks aansluit bij je werkelijke rooster. Dat geldt zeker voor sectoren met wisselende drukte. Leen je uitzendkrachten in dan is het verstandig om voor 31 december 2026 na te gaan of de arbeidsvoorwaarden van je uitzendkrachten in lijn zijn met die van je eigen personeel.